Rangschikking en indeling van de voederbietrassen

Op dit ogenblik zijn 6 rassen ingeschreven op de Belgische Rassenlijst. Het rassenoverzicht geeft een samenvatting van de belangrijkste kenmerken van de rassen van voederbieten, die momenteel op de Belgische rassenlijst staan. Deze vergelijking is gebaseerd op de officiële proefveldwerking in de periodes 2000 tot 2007 en 2014 tot 2016.

Er wordt een onderverdeling gemaakt in 2 groepen op basis van het drogestofgehalte:

Groep 1: voederbieten met een gemiddeld tot hoog gehalte aan droge stof
Groep 2: voederbieten met een hoog tot zeer hoog gehalte aan droge stof

De grote peilers waarop de rassenkeuze moet steunen zijn: de wijze van vervoedering (al dan niet snijden -mengkuil) en de productiecapaciteit.

Op percelen met een verhoogd risico op Rhizoctonia-aantasting is het aangewezen om een Rhizoctonia-tolerant ras uit te zaaien.

Bij de meeste triploïde rassen is het gewas vlugger gesloten dan bij de diploïde rassen en ook tijdens het groeiseizoen blijft de bodembedekking beter zodat de onkruiden minder kans krijgen om zich door te zetten. Vooral bij een vroege zaai moet gekozen worden voor rassen met een goede schietersresistentie.

Meeldauw, Cercospora en roest zijn de ziekten waarvoor rasverschillen werden waargenomen. Het loont de moeite om rekening te houden met de ziektegevoeligheid bij de rassenkeuze, zeker wanneer geen ziektebestrijding wordt uitgevoerd. Op steeds meer landbouwbedrijven wordt één fungicidebehandeling toegepast. In de officiële rassenproeven worden nooit fungiciden toegepast. De invloed van ziekteaantastingen weerspiegelt zich dan ook in de opbrengstcijfers weergegeven in het rassenoverzicht.

©Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) - - Contact
Vermenigvuldiging of overname van gegevens toegestaan mits duidelijke bronvermelding.