Rode klaver (Trifolium pratense L.) 2019

Belangrijkste kenmerken van rode klaverrassen, opgenomen op de Belgische rassencatalogus1

Ras Ploïdie Jaar van
opname
Meeldauw
resistentie
(1-9)2
Sclerotinia
resistentie
(1-9)2
Persistentie
(1-9)2
Concurrentie t.o.v. L. perenne (% klaver in de totale DS-opbrengst) DS-opbrengst
in reincultuur
Jaar 13
DS-opbrengst
in reincultuur
Jaar 23
DS-opbrengst
in reincultuur
Totaal3
LEMMON DIPLOID 2000 8,6 7,1 6,2   100 100 100
MERIAN DIPLOID 2000 8,6 7,1 6,5 64,1 100 101 101
MERVIOT DIPLOID 1980 6,3 7,2 6,6 61,8 101 100 100
VIOLETTA RvP DIPLOID 1954 5,8 6,8 6,0   99 95 97
ATLANTIS TETRAPLOID 2017     6,4 65,7 101 104 102
100= ... ton/ha - - - - - - 17,4 14,5 -

1 Overname van de volledige tabel uit de Belgische aanbevelende rassenlijst mits bronvermelding is toegestaan, namaak is verboden
2 Hoe hoger het cijfer hoe beter
3 100 = gemiddelde van alle rode klaverrassen op de Belgische rassenlijst

Rode klaver wordt op zeer beperkte schaal als hoofdvoedergewas uitgezaaid in het zuiden van België. Door de uitbreiding van de biologische landbouw en de subsidiëring van de productie van eiwitrijke voeders op eigen bedrijf in Vlaanderen, komt rode klaver terug in beeld. Rode klaver kan in reincultuur worden uitgezaaid, maar wordt meestal samen met Engels raaigras of Timothee uitgezaaid en is in hoofdzaak geschikt voor voederwinning (maaien). Rode klaver houdt van een koel klimaat en een goed vochthoudende bodem.

Bij voorjaarszaai kunnen de drogestofopbrengsten in het jaar van aanleg sterk schommelen maar de productiecapaciteit in de volgende jaren is hoog. Aantastingen door klaverkanker (Sclerotinia trifoliorum) en door het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci) zijn mogelijk en hebben soms grote opbrengstverliezen tot gevolg.

©Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) - - Contact
Vermenigvuldiging of overname van gegevens toegestaan mits duidelijke bronvermelding.