Stoppelknollen 2019

Belangrijkste kenmerken van rassen van stoppelknollen1

Ras Jaar van
opname
Totale DS-
opbrengst2
DS-
opbrengst
vh loof2
DS-
opbrengst
vd knollen2
Bladrijkheid
(1-9)3
Tarra
(%)
Groenblijven
vh loof
bij de oogst
(1-9)3
Groenblijven
vh loof
tijdens de
winter (1-9)3
Vorst
resistentie
knollen
(1-9)3
Graad van
knolvoet
aantasting (%)
DURMELANDER 1991 104 107 98 8,7 3,7 8,1 8,3 7,5 64
LEIELANDER RvP 1961 97 93 102 7,9 4,6 6,8 6,9 3,8 56
100 = ton/ha - 6,4 3,9 2,6 - - - - - -

1 Overname van de volledige tabel uit de Belgische aanbevelende rassenlijst mits bronvermelding is toegestaan, namaak is verboden
2 100 = gemiddelde van alle rassen van stoppelknollen op de Belgische Rassenlijst
3 Hoe hoger het cijfer, hoe beter

Stoppelknollen worden hoofdzakelijk op zandgrond geteeld. Ze worden voornamelijk vers op stal vervoederd. Het beste zaaitijdstip is einde juli en de eerste helft augustus. Bij de rassenkeuze genieten rassen met een hoge DS-opbrengst, een laag tarragehalte, een goede vorstresistentie (vers vervoederen over een lange periode), een goede bladrijkheid en lang groen blijven van het loof (mechanische rooibaarheid) de voorkeur. Knolvoet (Plasmodiophora brassicae) kan ernstige schade veroorzaken, maar deze ziekte komt niet veel meer voor.

©Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) - - Contact
Vermenigvuldiging of overname van gegevens toegestaan mits duidelijke bronvermelding.