Rangschikking van de rassen en berekening van de resultaten

In de tabel zijn de rassen gerangschikt volgens de vroegrijpheid (vochtgehalte in de korrel bij de oogst).

Voor de beschrijving zijn de rassen ingedeeld in 4 rijpheidsgroepen:

  • Zeer vroege rassen
  • Vroege rassen
  • Halfvroege rassen
  • Halflate rassen

Voor algemene aanbeveling dient een ras een cijfer voor legervastheid en stengelrot van minimaal 7 te behalen (± 8 % gelegerde of door stengelrot aangetaste planten in de gevolgde proeven). Wanneer de cijferschaal 1-9 gebruikt wordt, wijst 9 op de gunstigste beoordeling.

Voor de korrelopbrengst (in relatieve cijfers) en de vroegrijpheid werden volgende minimale normen gehanteerd:

  1. Zeer vroege rassen
    vroegrijpheid (abs.): < 27,0%
    korrelopbrengst (rel.): ≥ 94%

  2. Vroege rassen
    vroegrijpheid (abs.): tussen 27,0 % en 28,6%
    korrelopbrengst (rel.): ≥ 97%

  3. Halfvroege rassen
    Vroegrijpheid (abs.): tussen 28,6% en 30,3%
    korrelopbrengst (rel.): ≥ 100%

  4. Halflate rassen
    vroegrijpheid (abs.): > 30,3%
    korrelopbrengst (rel.): ≥ 104%

Voor wat de lengte van de planten, de hoogte van de kolfaanzetting, de korrelopbrengsten (omgerekend naar een vochtgehalte van 15 %) en de kolfopbrengst betreft, zijn de resultaten uitgedrukt in procent t.o.v. het gemiddelde van alle rassen opgenomen in de Belgische rassencatalogus.

©Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) - - Contact
Vermenigvuldiging of overname van gegevens toegestaan mits duidelijke bronvermelding.